VALLEN EN OPSTAAN

(verschenen op 4 december 2008)

Kinderen leren lopen met vallen en opstaan. Als je niet bang bent te vallen, zul je sneller leren lopen dan wanneer je angstig en te voorzichtig bent. En volwassenen die niet bang zijn om fouten te maken, om figuurlijk te vallen dus, zijn vaak de mensen die tot grootse prestaties komen. Veel succesverhalen worden vooraf gegaan door mislukkingen. Van fouten kun je leren, dus door fouten te durven maken kun je wat bereiken. Je moet risico’s durven nemen. En als je dat lef niet altijd hebt, dan kan een crisis je ook nog behulpzaam zijn. Neem de Harry Potter schrijfster J. K. Rowling. Ze had altijd al willen schrijven, maar dacht dat ze daar geen droog brood mee kon verdienen. Pas toen haar hele leven een mislukking leek te zijn geworden en ze als bijstandsmoeder het idee had dat ze niet dieper zou kunnen zakken, durfde ze het aan om haar passie te gaan volgen. Met het bekende resultaat. 

Helpen
Leerprocessen verlopen vaak via een patroon van vallen en opstaan, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Ouders zien het meestal als hun taak om hun kinderen te helpen in hun leerprocessen, zoals bijvoorbeeld leren lopen, zich sociaal te gedragen, hun huiswerk te maken of met geld om te gaan. Ze willen in het algemeen liever niet dat hun kinderen de fout in gaan en proberen hen dus hiervoor te behoeden. Maar als juist het vallen bij het leerproces hoort, dan zouden we als opvoeders misschien beter een stapje terug kunnen doen. Mag je kind zich vervelen om te ontdekken dat hij graag iets wil leren? Mag je kind een dikke onvoldoende halen om daarna de kracht te vinden om te gaan werken voor een goed cijfer? Of zelfs een jaar doubleren om voor de rest van zijn leven te weten hoe je ergens voor kunt gaan? Mag je kind lelijk doen tegen haar vriendinnetjes om door de feedback die ze daarop krijgt te ontdekken dat het veel leuker is om aardig tegen elkaar te zijn? Wanneer ouders of leerkrachten er te dicht op gaan zitten, teveel willen opleggen, zie je dat kinderen zich ertegen gaan verzetten en juist niet willen doen wat er van hen verlangd wordt. Of ze worden lui en verliezen hun natuurlijke nieuwsgierigheid, creativiteit en verantwoordelijkheidsgevoel. Teveel willen helpen en aansturen leidt vaak tot problemen. Moeten we hen dan maar helemaal vrij laten? Natuurlijk is het een kwestie van de juiste mix. Het beste kun je je kinderen denk ik helpen door wel met hen in gesprek te blijven, maar het maken van keuzes niet van hen over te nemen. Laat hen maar ontdekken waar hun eigen normen, waarden en grenzen liggen en vertrouw op de aangeboren nieuwsgierigheid om kennis en vaardigheden op te doen.

Worsteling
Ik heb al eens eerder in een stukje voor het Krantje geschreven over de rups die je niet kunt helpen een vlinder te worden. Als je de cocon open zou knippen om de jonge vlinder de worsteling van het uit zijn cocon kruipen te besparen, zou hij zijn vleugels nooit kunnen strekken en zou hij dus nooit leren vliegen. Gun je kind dus het worstelen, daar wordt hij of zij krachtig van. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan als je kind echt in de problemen zit. Ook als ze volwassen zijn is het niet gemakkelijk om hen aan hun lot over te laten. Want wat doe je als je zoon aan de drugs raakt en geld van je nodig heeft om zijn schulden te kunnen betalen? Wat doe je als je dochter al haar geld aan mooie kleren heeft uitgegeven en bij je aanklopt omdat ze geen benzine meer kan betalen om naar haar werk te rijden? Wat doe je als je zoon zijn vrouw en kinderen in de steek laat, aan de drank raakt en bij jou om onderdak vraagt? Meestal steken we onze kinderen de helpende hand toe. Maar tot hoever? Gaan ze geen misbruik maken van onze goedgeefsheid, worden ze er niet gemakzuchtig van, leren ze er wel van om niet weer in de problemen te komen? Een meisje dat al een jaar aan de drugs was, kreeg op een keer een akelige, angstaanjagende ervaring met paddo’s. Dat zorgde ervoor dat ze er van de een  op de andere dag mee ophield drugs te gebruiken. Daarna waarschuwde ze haar broer en haar vriendinnen om toch vooral nooit te beginnen aan dat vreselijke spul. Ze was gevallen en op eigen kracht weer opgestaan. Het vallen had haar de innerlijke kracht gegeven om te breken met een destructieve gewoonte. En geen ouder of leerkracht had haar deze kracht kunnen geven, ze had het echt zelf moeten ontdekken.