IS DAT WAAR?

(verschenen op 9 oktober 2008)

Byron Katie heeft vele mensenlevens positief beïnvloed door het stellen van vragen. Haar vier vragen die je leven kunnen veranderen, noemt ze ‘the Work’. Bij iedere teleurstelling die we hebben in het leven, bij ieder oordeel dat we voelen opkomen over een persoon of een situatie, vraagt ze of het waar is, wat we denken. En vervolgens: ‘Kun je zeker weten dat dat waar is?’ In Katie’s optiek bestaan problemen en ons lijden alleen maar in ons hoofd. Het zijn de gedachten die het ons moeilijk maken, niet de werkelijkheid zelf. Toen ze ooit ergens een slang ontdekte, verstijfde ze van angst. Allerlei akelige gedachten spookten door haar hoofd. Maar toen ze beter keek, zag ze dat ze zich vergist had: het bleek een stuk touw te zijn. En toen kon ze, al zou ze het willen, niet meer bang zijn voor wat ze eerder voor een slang had aangezien. Zelf ziet ze alle problemen waar mensen mee worstelen als een stuk touw, niet als een slang. Om dat ook zo te kunnen ervaren moet je beseffen dat je oordelen en teleurstellingen berusten op jouw gedachten. En om te ontrafelen of je gedachten al dan niet waar zijn, kun je zelfonderzoek doen door het stellen van vragen. Je kijkt nu eenmaal naar de werkelijkheid vanuit de bril van je conditioneringen. Geloof je dat het leven goed is, dan zie je in alles wat er gebeurt iets moois. Maar geloof je dat ze altijd jou moeten hebben, dan hoor je in iedere opmerking een veroordeling. We kleuren de werkelijkheid automatisch in door onze diep gewortelde overtuigingen.

Andere bril
Stephen Covey  (auteur van ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’) zat op een zondagochtend in de metro en ieder was rustig wat aan het lezen, of zat met de ogen dicht. Toen kwam er een man met zijn kinderen binnen. De kinderen waren uitgelaten, ze schreeuwden, gooiden met dingen, en de rust werd meteen verstoord. Maar de vader greep niet in, hij ging zitten en sloot zijn ogen alsof het hem allemaal niets kon schelen. Het kostte Covey moeite zijn irritatie te bedwingen en hij sprak de man zo beheerst mogelijk aan met het verzoek zijn kinderen tot bedaren te brengen. De man sloeg zijn ogen op en zei: ‘O natuurlijk, ik zal er iets aan doen. We komen net van het ziekenhuis, hun moeder is een uur geleden gestorven. Ik ben helemaal verdoofd en ik denk dat zij zich ook geen raad weten.’  Op dat moment zag Covey in een keer alles anders, hij dacht er anders over en gedroeg zich ook anders. Zijn ergernis was veranderd in medelijden en begrip. Hij keek opeens met een andere bril naar dezelfde werkelijkheid.

Omkering
Stel je bent teleurgesteld in je moeder omdat ze nooit naar je luistert. Je denkt dat ze niet echt van je houdt, want anders zou ze wel meer interesse in je tonen. Dan kun je jezelf de vraag stellen: ‘Is het waar dat ze niet van me houdt?’ Eerst denk je misschien nog dat dat echt zo is, maar bij de tweede vraag (kun je dat zeker weten?) besef je dat je dat niet zeker weet. De derde vraag uit ‘the Work’ van Byron Katie is: ‘Hoe reageer je als je die gedachte hebt?’ Je merkt misschien dat het je verdrietig, boos of teleurgesteld maakt om te denken dat je moeder niet van je houdt  Je hebt geen zin meer om haar te bellen of je bent zelfs chagrijnig tegen je kinderen. De vierde vraag is: ‘Wie zou je zijn zonder die gedachte?’Misschien voel je hoe je je kunt ontspannen als je die gedachte helemaal los kunt laten. Je kunt dan weer genieten van alles wat zich op dit moment aan je voordoet. Tenslotte word je uitgenodigd om de uitspraak om te keren en te zoeken naar de waarheid die in die omkering schuilt. Bijvoorbeeld: ‘Mijn moeder houdt wel van me’. Misschien heeft ze je pas nog een bloemetje gebracht. Of ze heeft op je kinderen gepast. Allemaal manieren van haar om te laten zien dat ze van je houdt, maar die jij niet zo hebt geïnterpreteerd, omdat je steeds aan het wachten was op haar oprechte aandacht voor jouw verhaal. Een andere omkering kan zijn: ‘Ik houd niet van mijn moeder’ of ‘ik houd niet van mezelf’. Onderzoek maar of daar ook een zekere waarheid in zit. Vaak voelen we ons ongelukkig omdat we ons vastbijten in bepaalde gedachten, terwijl er in de realiteit helemaal niets is dat pijn doet. En ook als de realiteit wel pijn doet, bijvoorbeeld wanneer we ziek zijn, kunnen de gedachten daarover erger zijn dan de ziekte zelf.