VAN NEE NAAR JA

(verschenen op 16 augustus 2007)

Op mijn artikeltje van de vorige maand, over het belang van het ja kunnen zeggen tegen je huidige situatie, heb ik veel enthousiaste reacties gekregen. Deze keer ga ik wat dieper in op de verschillende vormen waarin we nee zeggen. Door een nee te herkennen, geef je jezelf de kans dit nee om te zetten in een ja. Wie het vorige artikeltje nog eens na wil lezen kan terecht op mijn website (www.lelievita.nl) en wie zich verder in het onderwerp wil verdiepen raad ik het boek ‘De kracht van ja’ van John Kalse aan.

Vormen van nee
Er wordt in het algemeen veel gereageerd vanuit een ‘nee’ tegen wat zich aandient. Ieder heeft zo zijn of haar eigen favoriete strategie hierbij. Kalse onderscheidt hierbij de vechter, de zwelger, de vermijder en de verhevene. In de praktijk heeft ons gedrag ook vaak kenmerken van een combinatie van deze strategieën. De vechter knokt tegen wat hij niet prettig vindt in zijn situatie. Je kunt bijvoorbeeld vechten tegen een ziekte die je niet accepteert, tegen mensen die je onredelijk vindt of tegen bepaalde politieke stromingen. De vechter zal desnoods met geweld proberen om iets onaangenaams te laten verdwijnen. Kenmerken van het gedrag van de vechter zijn bijvoorbeeld manipulatie, machtstrijd, dwang, sterke afkeuring en veroordeling, soms tot schelden of geweld toe. Je kunt dit symboliseren in een beweging naar voren, om de strijd aan te gaan. De zwelger daarentegen voelt zich slachtoffer en maakt daarbij een beweging naar beneden. Hij zwelgt in zelfbeklag. Deze arme-ik-strategie leidt tot dramatiseren en tot het overdreven veel aandacht vragen voor de ellende waarin hij zit. De zwelger voelt zich machteloos. Uiteraard zijn zowel vechten als zwelgen geen effectieve strategieën om dat wat je niet wilt uit je leven te bannen. Het zal hierdoor juist de neiging hebben zich steeds sterker aan je voor te doen. Want dat waaraan je aandacht geeft, zal groeien. De vermijder (of vluchter) wil de waarheid niet onder ogen zien en probeert de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. En omdat de vermijder niet wil voelen hoe het voelt, moet hij er steeds energie in steken om het van zich af te houden, waardoor dat wat hem niet aanstaat natuurlijk ook al niet zal kunnen verdwijnen. Voorbeelden van dit gedrag zijn te vinden in het bagatelliseren van je pijn, het blijven werken ondanks dat je koorts hebt of het uit de weg gaan van relatieproblemen door je te verstoppen achter de tv. Ook verslavingen als roken en alcohol hebben elementen van vermijden in zich. Energetisch maakt de vermijder een beweging naar achteren. De verhevene probeert ook de problemen te ontlopen, maar dan door de ontsnappingsroute naar boven. De verhevene voelt zich bijvoorbeeld zo spiritueel, dat hij denkt overal boven te staan. Hij doet alsof niets hem meer raakt. Dan wordt een probleem bijvoorbeeld afgewenteld op de ander: ‘Het is mijn probleem niet dat jij daar mee zit’ zegt de verhevene als jij boos op hem bent. Het mag duidelijk zijn dat ook het zich verheven voelen niet werkt als je iets wilt veranderen aan je situatie. Moeten we dan maar nee zeggen tegen ons gedrag als we merken dat we in de valkuil van het vechten, zwelgen, vermijden of ons verheven voelen zijn beland? Helaas, ook dat werkt niet. Want dan geef je een nee aan je nee, en energetisch is dit nog altijd geen ja. Het enige dat helpt, is om je bewust te worden van de strategie waar je in terecht bent gekomen, en daar helemaal ja tegen te zeggen. Ja, ik ben aan het vechten; ja ik zit in de slachtoffer-rol; ja, ik heb het probleem niet willen voelen; ja ik doe alsof ik er boven sta. Pas vanuit je ja komt er dan ruimte voor verandering.

Oordelen
Soms is het goed een oordeel te vellen, bijvoorbeeld een deskundig oordeel over de staat van je auto, zodat je weet of je veilig op vakantie kunt. Maar helaas wordt er ook veel onnodig geoordeeld, als vorm van nee zeggen. En, zoals je misschien wel weet: als je met 1 vinger naar een ander wijst, wijzen er 3 vingers naar jezelf. Probeer dus zoveel mogelijk te stoppen met het ver-oordelen en met het hebben van voor-oordelen. Als een oordeel niet jouw ervaring verrijkt, noch die van degene over wie je oordeelt, is het in feite overbodig. Als je merkt dat je toch iets of iemand veroordeeld hebt, zie dit dan onder ogen en veroordeel jezelf er niet om maar geef er een ja aan. Door je ervan bewust te worden dat je oordeelt, zal het overbodig oordelen langzaam maar zeker minder worden.