SPORTSCHOOL

(verschenen op 30 november 2006)

Sinds april dit jaar train ik bij ‘Koolmees Healthclub’. Goed voor de conditie en voor de spierkracht, maar vooral ook heel gezellig. Volgens mij voelt iedereen zich snel bij deze sportschool thuis, de sfeer is er namelijk heel gemoedelijk. Binnenkort is Koolmees echter verleden tijd en opent ‘Mitras Healthclub’ haar deuren in Leidsenhage. De op handen zijnde verhuizing is bij Koolmees al weken het gesprek van de dag. Terwijl de één het ontbreken van een zwembad op de nieuwe locatie betreurt, verheugt de ander zich op de infraroodsauna die gaat komen, of op het feit dat je straks iedere dag de sauna in kunt in plaats van op de mannen- of de vrouwen-dagen, zoals nu het geval is. Sommigen spreken hun zorgen uit of de gemoedelijke sfeer wel zal blijven, anderen verheugen zich op de professionele uitstraling van Mitras Healthclub. De naam is afgeleid van  Mithras, de Perzische Zonnegod, die staat voor de handel en het contract. De handdruk staat hierbij symbool: de sportschool kiest namelijk voor het aangaan van duurzame relaties met haar klanten.

Lichaam en geest
Als ik op zaterdagochtend meegedaan heb aan de spinning-les (een speciaal soort fietstraining) zit ik de rest van de dag meestal nog lekker na te genieten. Alles stroomt en tintelt dan van binnen en vanzelfsprekend word ik daar ook vrolijk van. Zo kan een uurtje sporten een enorm rendement hebben: behalve dat de training gezellig is en bijdraagt aan mijn conditie, ga ik er ook lekkerder door in m’n vel zitten. Natuurlijk werkt het omgekeerd ook: hoe beter ik me voel, hoe fijner het spinnen gaat. En als de trainer dan ook nog even voor me komt staan om me persoonlijk aan te moedigen, overtref ik soms mezelf. Want dat je mentale toestand invloed heeft op sportprestaties is inmiddels algemeen bekend. Een lekker opzwepend muziekje helpt ook wel mee. Ik moet er bijvoorbeeld niet aan denken een uur te spinnen of een aerobicsles te doen zonder de hulp van muziek.
Bij de fitness zie ik soms dat mensen samen komen trainen. Dan moedigen ze elkaar om de beurt aan om de zware gewichten de lucht in te krijgen. Maar met de kracht van de geest kun je jezelf ook wel stimuleren om een optimaal resultaat te halen. Als je het bijvoorbeeld moeilijk vindt met een bepaald gewicht te trainen, kun je jezelf helpen door je het eerst alleen maar in gedachten voor te stellen dat het lukt. Dus niet ‘ik wíl dit gewicht duwen’, maar: ‘kijk, ik dúw dit gewicht’. En als je het daarna in het echt doet, gaat het meestal relatief gemakkelijk. Als je echt voor de prestatie gaat, is het belangrijk om niet alleen fysiek te trainen, maar er ook mentale training aan toe te voegen. Ik hoorde pas een mooi betoog van een Zweedse coach, Anders Haglund, die ervaring heeft met het geven van dit soort mentale training aan topsporters. De grootste veranderingen bereikte hij met mensen wanneer ze zich heel levendig konden inbeelden dat ze in supergoede vorm waren. Zeg maar dat ze zich konden voorstellen dat ze op ‘prestatie-niveau 12’ zaten, op een schaal van 1 tot 10. Met de kracht van visualiseren had hij zo bijvoorbeeld een topbasketballer, die de laatste tijd niet meer in vorm was, uit zijn dip kunnen halen.

Invloed van publiek
Haglund vertelde ook dat de invloed van publiek op sportprestaties niet altijd even gunstig bleek te zijn. Wanneer je goed getraind bent, kun je toeschouwers gebruiken om jezelf te overtreffen. Dan kun je je toptijd nog verder verbeteren door de stimulans van het publiek.  Maar als je ergens nog onervaren in bent, leidt de aanwezigheid van toeschouwers je alleen maar af. Misschien dat het je op de zenuwen werkt als er mensen meekijken, terwijl je nog niet zo bedreven bent in wat je moet doen. In dat geval gaat de prestatie dus naar beneden. Alleen is er volgens Haglund één uitzondering: ‘supersterren’ worden ook als ze ergens nog onervaren in zijn, altijd door de aanwezigheid van publiek gestimuleerd tot betere prestaties.  En dat heeft natuurlijk alles te maken met zelfvertrouwen en lef. Iemand die in zichzelf gelooft, kan de stimulans van toeschouwers benutten om zichzelf te verbeteren, ondanks onervarenheid.
Bij Koolmees trainen we natuurlijk zonder publiek, hooguit zijn we elkaars toeschouwers. Maar het gaat de meesten van ons ook niet zozeer om het telkens verbeteren van onze prestaties, maar veel meer om het genieten van het sporten. En de gezellige sfeer draagt daar zeker aan bij. Dat zal bij Mitras straks niet anders zijn, want die sfeer maken we met elkaar.