DE KRACHT VAN DE GEEST

(verschenen op 10 augustus 2006)

Een zieke die gelooft in genezing heeft meer kans te genezen dan iemand die hier niet in gelooft. Dit blijkt wel uit het grote effect van foppillen, placebo’s genaamd. Man en vrouw, jong en oud, hoog- en laagopgeleid: iedereen blijkt gevoelig te zijn voor het placebo-effect. Vroeger werden foppillen nog wel voorgeschreven vanwege hun grote effectiviteit en ook omdat er geen bijwerkingen aan zitten. Maar dat wordt tegenwoordig niet ethisch meer gevonden. Wie  wil er nou voor de gek worden gehouden? Maar van de patiënten die vrijwillig meedoen aan onderzoek naar nieuwe medicijnen zal een deel een placebo krijgen toegediend. Het komt voor dat het medicijn bijvoorbeeld bij 72% van de mensen met een bepaalde kwaal verbetering veroorzaakt, maar dat een placebo-middel in dezelfde situaties verantwoordelijk is voor 70% verbeteringen. En je kunt je in dat geval afvragen of het wel ethisch verantwoord is als zo’n medicijn dan vervolgens gewoon op de markt wordt gebracht, zeker als er hierbij risico’s op vervelende bijwerkingen zijn. Ook bij het testen van de effectiviteit van operaties worden placebo’s toegepast. Schijnoperaties blijken in bepaalde gevallen uiterst effectief te zijn. In het tijdschrift Ode van mei 2006 wordt de situatie van een vrouw beschreven die met de ziekte van Parkinson een schijnoperatie onderging. De chirurg zou vier gaten in haar schedel boren, waarna hij via een naald hersencellen zou toevoegen die dopamine produceren: de stof die patiënten met Parkinson onvoldoende aanmaken en die moet voorkomen dat de hersencellen langzaam afsterven. In haar geval was de naald echter leeg gebleven. Toch had de vrouw in de weken en maanden die volgden na de operatie steeds minder last van bewegingsstoornissen, had minder pijn, kon weer zingen en haar bloeddruk ging niet langer naar beneden als ze rechtop stond.

Vertrouwen
Vaak wordt er nogal denigrerend gedaan over het placebo-effect: als je daar gevoelig voor bent dan zit je ziekte zeker tussen de oren. Maar in feite geeft het placebo-effect alleen maar aan dat we met de kracht van onze geest over een enorme genezende potentie beschikken. Het vertrouwen dat je hebt in de arts die je een middel voorschrijft, of het nu een placebo betreft of een gewoon medicijn, is natuurlijk erg belangrijk. De kracht van hoop en optimisme moet namelijk niet worden onderschat. Als je denkt dat een arts jou kan helpen is je kans op herstel ook groter. De aandacht die je krijgt voor je klachten telt ook mee. Een huisarts kan in het algemeen maar weinig tijd nemen per patiënt. Door de enorme druk waaronder deze moet werken komt het wel voor dat mensen zich onvoldoende gehoord voelen, en dat vergroot natuurlijk de kans op herstel niet echt. Vandaar dat steeds meer mensen hulp zoeken bij therapeuten die meer tijd voor ze kunnen nemen. Ik heb wel mensen voor een consult langs gekregen met wie ik lang praatte voor ik met de aurahealing begon. En dan bleek dat ze zich alleen daardoor al  een stuk beter voelden. Aandacht doet soms wonderen.

Jezelf genezen
Ik ga ervan uit dat niemand een ander kan genezen, hooguit kan je iemand ondersteunen in het genezingsproces. Deze ondersteuning kan uit van alles bestaan. Je kunt een ander bijvoorbeeld helpen met het geven van liefde en aandacht, of met een gesprek over leefstijl en voeding, of met een gesprek waarin de ander inzicht krijgt in de processen waar hij of zij in zit. Ook met helende energieën, kruiden, massage, allerhande therapieën, hulpmiddelen, medicijnen en operaties kunnen mensen geholpen worden. Maar het werkt alleen als de ander in staat is het ook daadwerkelijk op te pakken. Iemand die onbewust besloten heeft om niet beter te willen worden kan alle genezing op deze manier van binnenuit blokkeren. Ook als je niet gelooft in je genezing is het heel moeilijk om beter te worden. Omgekeerd komt het voor dat mensen die ‘ongeneeslijk’ ziek zijn puur door de kracht van hun geest weer beter worden. In de film ‘The Secret’ vertelt een piloot zijn wonderbaarlijke verhaal. Ooit stortte zijn vliegtuig neer. Hij werd meer dood dan levend naar het ziekenhuis vervoerd. Hij had zijn rug gebroken en was zodanig verlamd, dat hij alleen zijn ogen nog maar bewegen kon. Zijn middenrif was verwoest, waardoor hij nooit meer zelfstandig adem zou kunnen halen. Hij leek veroordeeld tot een leven als een plant. Niemand kon hem enige hoop geven. Desondanks nam hij het besluit dat hij met kerstmis weer zou lopen. Zijn vertrouwen in zijn mogelijkheid te genezen was zo groot, dat hij zichzelf weer leerde ademhalen en langzaam maar zeker verder herstelde. Met kerstmis mocht hij naar huis en stond hij op uit zijn rolstoel, waarna hij lopend het ziekenhuis verliet.