WEERSTAND

(verschenen op 1 september 2005)

Ik was pas op een training, waar een collega van me het verschil tussen emotie en gevoel uitlegde. Ze gaf aan dat je emotie in je buik kunt ervaren, terwijl gevoel vanuit je hart komt. Als je bij jezelf een weerstand of angst bemerkt bij iets wat je zou moeten doen, dan is het goed om na te gaan of je in een emotie terecht bent gekomen, bij je buik dus, of in een gevoel, bij je hart. Zit je 'nee' in je hart, dan is het waarschijnlijk iets essentieels voor jouw persoonlijkheid, iets waar je naar moet luisteren. Als je niet luistert naar je gevoel, kun je zelfs heel erg ziek worden op den duur. Wie stelselmatig over z'n grenzen gaat en dingen doet die van binnen niet kloppen, kan bijvoorbeeld overspannen worden of een hartaanval krijgen. Wanneer het 'nee' echter te maken heeft met een emotie, dan kan het zijn dat je een weerstand voelt omdat je onbewust niet uit je oude patronen durft te stappen, omdat het ego je tegenhoudt te kiezen voor persoonlijke groei. Zo kan het heel angstig voelen om een groep mensen toe te moeten spreken, maar als je het gewoon doet, merk je misschien dat het helemaal niet zo erg is als je had gedacht. De wereld vergaat niet, je gaat er zelf ook niet aan en misschien vind je het zelfs ook al wel een klein beetje leuk. En hoe vaker je het doet, hoe groter de groep mag zijn die je toespreekt, zonder je oncomfortabel te voelen. Dus als je een weerstand of angst voelt die te maken heeft met een emotie in je buik, is het juist goed voor je om jezelf te helpen er doorheen te gaan, om het gewoon aan te gaan, wat je er ook bij tegenkomt.

Autorijden
Ik ben nogal principieel op milieugebied en heb om die reden nooit mijn rijbewijs willen halen. Hoewel mijn man wel ooit een rijbewijs heeft gehaald, hebben we thuis geen auto en tot voor kort misten we deze ook nooit. Alleen werd het de laatste jaren wel wat lastiger door mijn werk als welzijnsconsulent, waarbij een auto toch wel handig zou zijn. Een jaar geleden wees een coach me erop dat mijn weerstand tegen auto's ook wel eens zou kunnen betekenen dat ik in mijn groei binnen dit werk zou worden belemmerd. Ik vermoedde dat ze wel eens gelijk kon hebben. Ook realiseerde ik me dat ik mijn kinderen beïnvloedde met mijn meestal niet eens uitgesproken, maar wel voelbare afkeuring van auto's. Daarom besloot ik toen eraan te gaan werken wat positiever tegenover gemotoriseerd verkeer te staan. Toen ik vlak daarna met een collega sprak over de reden waarom ik niet autoreed, was deze zeer verbaasd te horen dat ik niet alleen geen auto voor de deur had staan, maar dat ik zelfs niet eens een rijbewijs had. Zijn advies om dat rijbewijs maar eens te gaan halen riep zoveel weerstand bij mij op, dat ik mezelf na afloop afvroeg waar dit nu eigenlijk op kon duiden. Want als mijn keuzes voor mij helemaal zouden kloppen, dan hoefde ik me niet zo te verdedigen en hoefde ik me ook niet slecht te voelen na zo'n gesprek. Het was me duidelijk dat hier sprake was van een weerstand die me zou kunnen belemmeren in mijn persoonlijke groei. Want het kunnen autorijden staat natuurlijk ook voor vrijheid en het verruimen van je mogelijkheden. Ik moest erkennen dat ik met mijn principes wel eens wat dogmatisch uit de hoek kon komen. En daarom besloot ik rijles te gaan nemen. Het duurde tot december voor dit ook daadwerkelijk gebeurde. Natuurlijk kwamen er eerst allerlei hobbels op mijn pad. Eerst trof ik een rijschool waar het financiële plaatje veel rooskleuriger werd voorgesteld dan uit het contractje bleek, dat ik geacht werd na de 'intest' te tekenen. De volgende rijschool viel af, doordat de instructeur allerminst deskundig en toegewijd overkwam. Natuurlijk wilde 90% in mij er toen maar weer al te graag mee stoppen. Maar ik ben een doorzetter. Daardoor vond ik toen in Léon Sebel (zie www.autorijschoolleon.nl ) een instructeur die alles bezat wat ik nodig had: vakbekwaamheid, didactisch vermogen, humor, geduld en een zeer kritische blik die geen foutje over het hoofd zag. Ik ben niet zo'n talent in het autoverkeer, maar dankzij Léon heb ik bij het afrijden half augustus al m'n zelfvertrouwen uit de kast getrokken, zodat ik de examinator zou overtuigen. Dus moest ik tenminste in mezelf geloven. Fouten maken mag best, als je er maar niet door uit het lood raakt. Het schakelen ging beroerd en de motor sloeg een keer af, maar ik bleef er relatief rustig onder. En nu heb ik dan op m'n 44 ste zomaar dat roze papiertje in m'n bezit. En ik vind autorijden eigenlijk nog best leuk ook. Het mooiste vind ik nog dat het ook op de kinderen een positieve uitwerking heeft. Waar er vroeger slechts met afkeuring over auto's gesproken werd, is het onderwerp nu opeens niet meer beladen. En mijn zoon van 9 heeft zelfs al dromen over zijn toekomstige bijdrage aan het verder ontwikkelen van milieuvriendelijke auto's op waterstof.